Waarom het huidige zorgmodel niet schaalbaar is en welke basislaag de zorg van morgen vereist
Informatie vooraf: management samenvatting en bronnen worden onderaan dit artikel getoond.
Bestemd voor: bestuurders, innovatiemanagers en beleidsmakers bij VVT-organisaties, thuiszorgaanbieders en zorgkantoren
WHITEPAPERExtramurale zorg en langer thuis wonen: de nieuwe infrastructuur voor ouderenzorg Waarom het huidige zorgmodel niet schaalbaar is en welke basislaag de zorg van morgen vereist |
Samenvatting |
De extramuralisering van de zorg is geen beleidskeuze meer. Het is een demografische en economische noodzaak die al gaande is. Dit whitepaper analyseert wat die verschuiving vraagt van zorgorganisaties — en welke infrastructuur daarvoor nodig is.
De centrale these van dit whitepaper: de grootste uitdaging van extramurale ouderenzorg is niet de zorgvraag zelf, maar het ontbreken van een gedeelde informatielaag die continue inzichten levert aan alle betrokkenen — professionals én mantelzorgers.
Zonder die laag blijft zorg reactief, blijven kosten stijgen, en blijft de werkdruk toenemen. Met die laag ontstaat een fundamenteel ander zorgmodel: proactief, verbonden en schaalbaar.
€202 mrd Verwachte zorgkosten in 2050 — van €113 mrd nu (VTV 2024) | 119.000 Ouderen jaarlijks op de SEH na een val (VeiligheidNL) | 50% Stijging informele zorgdruk richting 2050 (The Lancet Regional Health Europe) |
Dit whitepaper is geen productbrochure. Het biedt een analytisch kader voor zorgorganisaties die nadenken over hoe extramurale zorg structureel anders georganiseerd kan worden. De ontwikkelingen in technologie — en specifiek in passieve sensortechnologie — bieden daarvoor voor het eerst een realistische en schaalbare route.
1 De structurele verschuiving naar extramurale zorg |
1.1 Extramuralisering is geen trend — het is een systeemuitkomst
De term ‘langer thuis wonen’ suggereert een keuze. Maar voor de meeste ouderen en zorgorganisaties is het allang geen keuze meer. Het is de uitkomst van een systeem dat niet mee is gegroeid met de demografische realiteit.
De Nederlandse overheid verankerde dit in het WOZO-programma (Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen, 2022): zorg thuis als primair model, digitale ondersteuning als middel, intramurale opname als laatste optie. Maar beleid loopt achter op de werkelijkheid. Zorgorganisaties navigeren al jaren in een wereld die het WOZO-beleid beschrijft, zonder de infrastructuur die dat beleid veronderstelt.
|
De implicaties zijn helder. Intramurale capaciteit kan de toekomstige vraag niet opvangen — niet financieel, niet personeel, niet ruimtelijk. Zorg verschuift naar de thuissituatie. Maar de thuissituatie is niet ingericht om zorg op te vangen.
1.2 De extramuralisering creëert een nieuw structureel probleem
Wat intramurale zorg als vanzelfsprekend biedt — continue aanwezigheid, gedeeld inzicht, directe escalatiemogelijkheden — ontbreekt in de thuissituatie volledig. De cliënt woont alleen of met een partner. De zorgprofessional komt langs op vaste momenten. De mantelzorger biedt ondersteuning vanuit een andere locatie.
Niemand heeft een volledig beeld. En het systeem is er niet op ingericht om dat beeld te creëren.
De kern van het probleem Extramurale zorg organiseert zichzelf rondom incidenten en vaste contactmomenten. Maar de werkelijkheid van thuis wonen is continu. Wat er tussen de bezoeken in gebeurt — 's nachts, in het weekend, op maandagmiddag — is voor niemand zichtbaar. Juist daar liggen de vroege signalen die escalatie kunnen voorkomen. |
1.3 Het hybride zorgmodel: de nieuwe realiteit
Extramurale zorg is per definitie hybride zorg. Meerdere partijen dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid: wijkverpleegkundigen, casemanagers, huisartsen, mantelzorgers, familie. Ieder vanuit zijn eigen rol, met zijn eigen informatie, zijn eigen perspectief.
In Nederland verleent 1 op de 3 volwassenen mantelzorg (CBS, 2024). De informele zorgdruk stijgt richting 2050 met circa 50% (The Lancet Regional Health Europe). Mantelzorgers zijn geen aanvulling op professionele zorg — ze zijn de ruggengraat ervan.
Het probleem is niet de betrokkenheid van mantelzorgers. Het probleem is dat de infrastructuur om die betrokkenheid effectief te maken grotendeels ontbreekt. Er is geen gedeeld inzicht. Er is geen gestructureerde informatiestroom. Er is geen systeem dat professionals en mantelzorgers verbindt op basis van dezelfde gegevens.
“We willen juist het sociale netwerk meer betrekken. Bestaande systemen sturen vaak alleen een signaal naar een professional, terwijl mantelzorgers een actievere rol kunnen en willen spelen.” — Jitske van den Brink, adviseur leef- en zorgtechnologie, Pieter van Foreest |
2 Waarom de huidige aanpak niet schaalbaar is |
De reactie van de zorgsector op de extramuralisering is begrijpelijk: inzetten op meer thuiszorgbezoeken, meer mantelzorgondersteuning, en meer zorgtechnologie. Maar de huidige aanpak heeft een structureel probleem: ze is niet schaalbaar.
2.1 De grenzen van het menselijk model
Meer rondes lopen lost het probleem niet op. Elke extra ronde kost tijd van een zorgprofessional die er niet is. Het personeelstekort in de zorg is niet tijdelijk — het is structureel, en groeit. In Europa worden tegen 2035 naar schatting 4 miljoen zorgprofessionals tekortgeschoten.
Bovendien: een ronde is een momentopname. Een wijkverpleegkundige die om 10.00 uur langskomt, weet niet wat er die nacht is gebeurd. Wat de cliënt heeft gegeten. Of de slaapkwaliteit de afgelopen week is verslechterd. Of er 's nachts iets is voorgevallen dat aandacht verdient maar niet vanzelf gemeld wordt.
Zorg op basis van momentopnames is inherent reactief. En reactieve zorg is per definitie duurder dan proactieve zorg.
2.2 De grenzen van bestaande zorgtechnologie
De zorgsector heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in zorgtechnologie. Maar veel van die investeringen hebben een fundamenteel probleem: ze zijn gebouwd voor de verkeerde realiteit.
Wat bestaande technologie veronderstelt | Wat de praktijk laat zien |
De cliënt handelt actief (drukt op een knop, draagt een wearable) | >80% van alarmknoppen en wearables wordt níet gebruikt in noodsituaties |
Installatie door een specialist is acceptabel | Complexe installaties remmen opschaling structureel |
Losse systemen per functie zijn beheersbaar | Fragmentatie leidt tot technologiestress bij zorgprofessionals |
Meldingen worden altijd opgevolgd | Alert fatigue: meldingen worden genegeerd bij overdaad |
De professional heeft tijd voor extra schermen | Extra technologie zonder integratie vergroot werkdruk |
De kern van het probleem is niet de technologie zelf. Het is de aanname die eronder ligt: dat zorg beter wordt door mensen én technologie meer te laten doen. Maar de zorg heeft geen behoefte aan meer taken. Ze heeft behoefte aan beter inzicht, met minder inspanning.
>80% van drukknoppen en wearables wordt niet gebruikt op het moment dat het er toe doet |
2.3 De implementatiekloof
Zelfs technologie die goed is ontworpen, slaagt er vaak niet in om structureel impact te maken. De reden is bijna altijd dezelfde: implementatie.
Complexe systemen met meerdere sensoren, meerdere apps en meerdere leveranciersrelaties zijn moeilijk te installeren, moeilijk te onderhouden en moeilijk op te schalen. Wat werkt voor tien cliënten, werkt niet automatisch voor honderd. En de drempel om te starten is zo hoog dat pilots zelden uitgroeien tot structurele implementaties.
Dit is de implementatiekloof: de afstand tussen de bewezen meerwaarde van zorgtechnologie en de praktische haalbaarheid van grootschalige inzet. Zolang die kloof niet gedicht wordt, blijft de belofte van proactieve extramurale zorg theoretisch.
3 Het Connected Care Model: een nieuw denkkader |
Om extramurale zorg structureel anders te organiseren, is een nieuw denkkader nodig. Niet gebaseerd op losse interventies of aanvullende tools, maar op een gedeelde informatielaag die alle betrokkenen verbindt.
Wij noemen dit het Connected Care Model. Het bestaat uit drie lagen die samen een fundamenteel ander zorgmodel mogelijk maken.
DATA LAYER | Wat gebeurt er thuis? Continue, passieve meting van het dagelijks leefpatroon: beweging, slaap, nachtelijk gedrag, activiteitsniveaus. Niet als momentopname, maar als doorlopende stroom van contextuele informatie. |
INSIGHT LAYER | Wat betekent dit? Intelligente verwerking die normale patronen van afwijkende onderscheidt. Niet elke verandering is een signaal. Maar sommige veranderingen — een verslechterende slaapkwaliteit, toenemende nachtelijke onrust, afnemende activiteit overdag — zijn vroege indicatoren die aandacht verdienen. |
CARE LAYER | Wie moet handelen? Gestructureerde doorgeleiding naar de juiste persoon, op het juiste moment, met de juiste context. Niet alle signalen vereisen professionele interventie. Stepped care maakt het mogelijk om mantelzorgers, professionals en alarmcentrales proportioneel in te zetten. |
3.1 Waarom deze drie lagen essentieel zijn
Zonder de data layer is er geen basis: zorg reageert op wat gemeld wordt, niet op wat er werkelijk speelt. Zonder de insight layer is er ruis: elke meting leidt tot een melding, alert fatigue volgt. Zonder de care layer is er geen actie: inzichten blijven in een dashboard hangen en bereiken de mensen die ze nodig hebben niet.
De drie lagen zijn alleen samen effectief. Een systeem dat één of twee van de drie biedt, lost het fundamentele probleem niet op.
3.2 Van reactief naar proactief: de verschuiving in zorglogica
Het Connected Care Model maakt een fundamenteel andere zorglogica mogelijk. Niet actie na incident, maar actie vóór escalatie. Niet zorg op basis van wat de cliënt meldt, maar zorg op basis van wat het systeem signaleert.
Concrete voorbeelden van wat dit in de praktijk betekent:
Een verslechterende slaapkwaliteit over meerdere nachten kan wijzen op een opkomende infectie of verhoogd valrisico — vroeg signaleren maakt gerichte interventie mogelijk.
Toenemende nachtelijke onrust kan een aanwijzing zijn voor een UTI bij een cliënt met dementie die dit zelf niet kan aangeven.
Afnemende activiteit overdag kan een vroeg signaal zijn van functionele achteruitgang, en een indicatie dat de zorgzwaarte bijstelling behoeft.
Een val in de nacht wordt automatisch gesignaleerd, ook als de cliënt geen alarm slaat of geen alarmknop draagt.
Dit zijn geen hypothetische scenario’s. Dit zijn de situaties die dagelijks voorkomen in de extramurale praktijk, en die nu grotendeels onzichtbaar blijven totdat ze escaleren.
3.3 Stepped care als organiserend principe
Een cruciaal element van het Connected Care Model is stepped care: de gedachte dat niet elk signaal dezelfde respons vereist, en dat de verantwoordelijkheid voor die respons evenredig verdeeld moet worden over het zorgnetwerk.
In de praktijk betekent dit dat meldingen worden afgestemd op de ernst van de situatie en op de beschikbaarheid en capaciteit van de betrokken partijen:
Lage urgentie: melding naar mantelzorger of naaste via app — geen professionele interventie vereist, wel gedeeld inzicht
Middelhoge urgentie: melding naar wijkverpleegkundige of casemanager, met context over het signaal
Hoge urgentie: directe escalatie naar een medisch servicecentrum
Dit principe is niet nieuw. Stepped care is al decennia een leidend principe in de geestelijke gezondheidszorg. De toepassing ervan in de extramurale ouderenzorg, gefinancierd op basis van continue monitoring, is dat wel.
4 Wat een nieuwe zorginfrastructuur vereist |
Een zorginfrastructuur die het Connected Care Model in de praktijk brengt, moet aan een aantal randvoorwaarden voldoen. Niet als verlanglijst, maar als minimumvereisten voor effectieve en schaalbare inzet.
4.1 Volledig passieve werking
De meest fundamentele vereiste is dat de infrastructuur werkt zonder handelingen van de cliënt. Dit is geen comfort-argument — het is een betrouwbaarheidsargument.
Elke technologie die afhankelijk is van actief gedrag van de cliënt heeft een structurele zwakte: gedrag is inconsistent, zeker bij kwetsbare ouderen en mensen met dementie. Een alarmknop die niet gedragen wordt, is geen vangnet. Een wearable die op het nachtkastje ligt, detecteert geen val.
Passieve werking — waarbij de technologie volledig op de achtergrond functioneert, zonder dat de cliënt iets doet of zelfs maar weet dat er gemeten wordt — is de enige betrouwbare basis voor continue monitoring.
4.2 Één geïntegreerde oplossing, niet een verzameling losse tools
De zorgsector kampt structureel met fragmentatie. Afzonderlijke systemen voor alarmering, leefpatroonmonitoring, slaapanalyse en communicatie — elk met hun eigen app, dashboard en leverancier — creëren complexiteit die de implementatie remt en de adoptie ondermijnt.
Een nieuwe zorginfrastructuur moet meerdere functies integreren in één systeem. Niet als bundeling van losse producten, maar als geïntegreerde oplossing waarbij data uit verschillende bronnen samenkomt in één beeld.
Eén apparaat. Geen losse sensoren, geen complexe configuratie. De volgende generatie zorginfrastructuur is herkenbaar aan zijn eenvoud.
4.3 Implementatie als kerncompetentie, niet als bijzaak
De meerwaarde van technologie wordt uiteindelijk bepaald door de mate waarin ze geïmplementeerd en gebruikt wordt. Een systeem dat moeilijk te installeren is, zal niet op grote schaal ingezet worden. Een systeem dat ingewikkeld in gebruik is, zal niet breed geadopteerd worden.
Succesvolle zorginfrastructuur kenmerkt zich door extreme eenvoud van implementatie: installatie zonder specialistische kennis, activering via een eenvoudige app, en een gebruiksinterface die begrijpelijk is voor alle betrokkenen — van casemanager tot mantelzorger.
Wanneer partijen ervoor kiezen de installatie niet zelf te verzorgen, is professionele ondersteuning beschikbaar via gespecialiseerde partners zoals Guidion, die landelijk actief zijn in de installatie van zorgdomotica.
4.4 Toegankelijkheid voor alle betrokkenen
Een zorginfrastructuur die alleen toegankelijk is voor professionals, mist de helft van het hybride zorgmodel. Mantelzorgers en naasten moeten op een eenvoudige, begrijpelijke manier inzicht kunnen krijgen in de situatie van de persoon voor wie ze zorgen.
Dit vereist differentiatie: een professioneel dashboard voor casemanagers en wijkverpleegkundigen, en een eenvoudige app voor mantelzorgers en familie. Hetzelfde beeld, maar toegankelijk op het niveau dat past bij de gebruiker.
4.5 Privacy en compliance als fundament Continue monitoring van het gedrag van kwetsbare ouderen stelt hoge eisen aan privacybescherming en compliance. De Wet zorg en dwang (Wzd) reguleert de inzet van technologie bij cliënten met een WLZ-indicatie. GDPR en de AI Act stellen Europese kaders voor gegevensverwerking. Een nieuwe zorginfrastructuur moet privacy-by-design als uitgangspunt nemen: dataminimalisatie, geen camerabeelden, geen persoonlijk identificeerbare informatie, instelbare rechten per gebruiksrol. Financiering via Wlz en Zvw — door zorgkantoren en zorgverzekeraars — vraagt bovendien om aantoonbare inbedding in erkende bekostigingskaders. |
5 De praktijk: wat werkt en wat niet |
De afgelopen jaren hebben verschillende zorgorganisaties ervaring opgedaan met leefpatroonmonitoring en aanverwante technologie. Die ervaringen bieden waardevolle lessen over wat in de praktijk werkt — en wat niet.
5.1 Co-creatie als voorwaarde voor adoptie
Technologie die wordt ontwikkeld zonder structurele betrokkenheid van de eindgebruikers, sluit zelden aan op de dagelijkse praktijk. Zorgprofessionals weten wat ze nodig hebben. Mantelzorgers weten wat hen helpt en wat hen belast. Cliënten weten wat ze accepteren en wat ze weigeren.
Succesvolle implementaties kenmerken zich door een co-creatieve aanpak waarbij de praktijkervaring van medewerkers, mantelzorgers en cliënten structureel is verwerkt in de ontwikkeling van het systeem.
“touchbase is in co-creatie ontwikkeld op basis van wat zorgmedewerkers, mantelzorgers en eindgebruikers nodig hebben. Het team is zich ervan bewust dat dit verschillende groepen met verschillende behoeftes zijn. Die samenwerking met het praktijkveld is de kracht van het product.” — Mascha Slager, innovatieadviseur VVT, Pieter van Foreest |
5.2 De les van eenvoud
Een terugkerend inzicht uit implementaties van zorgtechnologie: complexiteit is de grootste vijand van adoptie. Systemen die eenvoudig zijn in installatie, eenvoudig in gebruik en eenvoudig in onderhoud, worden gebruikt. Systemen die dat niet zijn, worden na een pilot afgeschreven.
Eenvoud is geen concessie aan functionaliteit. Het is een ontwerpprincipe dat de sleutel is tot grootschalige inzet.
5.3 Alert fatigue: het risico van te veel signalen
Een veelgemaakte fout bij de inzet van monitoringtechnologie is het instellen van te veel meldingen. Elk signaal dat geen actie vereist maar toch een melding genereert, erodeert het vertrouwen in het systeem. Zorgprofessionals die dagelijks tientallen meldingen ontvangen waarvan de meerderheid geen opvolging behoeft, stoppen met het serieus nemen van meldingen.
Effectieve monitoring vereist hoge precisie — zo min mogelijk valse meldingen — gecombineerd met intelligente triage die alleen die signalen doorgeeft die daadwerkelijk aandacht verdienen.
5.4 Mantelzorgers als strategische partner, niet als sluitpost
Mantelzorgers zijn in de extramurale praktijk onmisbaar. Maar ze worden systematisch ondersteund. Ze beschikken over beperkt inzicht, worden laat geïlarmeerd en zijn afhankelijk van informatie die ze ofwel van de cliënt zelf krijgen — wat onbetrouwbaar is bij dementie — ofwel van zorgprofessionals die ook maar een momentopname hebben.
Onderzoek laat zien dat leefpatroonmonitoring de mantelzorgvolhoudtijd significant kan verlengen. Niet door meer werk te vragen, maar door minder onzekerheid te creëren. Mantelzorgers die weten dat het goed gaat, hoeven minder te controleren. Mantelzorgers die alleen geïlarmeerd worden als er iets is, kunnen hun eigen leven beter plannen.
Dit is een strategisch argument voor zorgorganisaties: elke week dat een mantelzorger langer volhoudt, is een week dat de formele zorgdruk niet toeneemt.
Continu inzicht voor mantelzorgers — ook onderweg. Meldingen alleen wanneer het er toe doet.
6 Van inzicht naar implementatie: wat zorgorganisaties nu kunnen doen |
De analyses in dit whitepaper leiden tot een aantal concrete aanbevelingen voor zorgorganisaties die extramurale zorg structureel willen verbeteren. Geen grote systeemwijzigingen, maar gerichte stappen die nu gezet kunnen worden.
6.1 Begin met de vraag, niet met de technologie
De meest effectieve implementaties beginnen niet met ‘welke technologie schaffen we aan?’, maar met ‘welk probleem lossen we op?’. Zijn er cliëntengroepen waarbij u structureel te weinig inzicht heeft? Zijn er mantelzorgers die overbelast raken omdat ze te weinig informatie hebben? Zijn er escalaties die terugkijkend eerder gesignaleerd hadden kunnen worden?
Die vragen bepalen de scope van de oplossing, niet de technologiecatalogus.
6.2 Investeer in infrastructuur, niet in projecten
Zorgtechnologie wordt nog te vaak als projectinvestering behandeld: een pilot, een evaluatie, en dan de vraag of het ‘iets heeft opgeleverd’. Maar infrastructuur werkt anders. De meerwaarde van een gedeelde informatielaag accumuleert over tijd, en wordt groter naarmate meer cliënten en medewerkers gebruik maken van het systeem.
De vraag is niet: levert dit pilot iets op? De vraag is: willen we over vijf jaar een organisatie zijn die continu inzicht heeft in de thuissituatie van onze cliënten? Als het antwoord ja is, is infrastructuurinvestering de logische conclusie.
6.3 Betrek mantelzorgers vanaf het begin
Extramurale zorginfrastructuur die mantelzorgers niet actief betrekt, mist een essentiële dimensie. Mantelzorgers zijn niet de ontvangers van technologie — ze zijn mede-gebruikers. Hun betrokkenheid bij de implementatie, hun training, en hun rol in de stepped care-structuur moeten vanaf het begin zijn meegenomen.
6.4 Maak bekostiging een startpunt, geen eindpunt
Leefpatroonmonitoring wordt gefinancierd via Wlz en Zvw. Dat betekent dat de financieringsstructuur al bestaat. De vraag is niet of het betaalbaar is, maar hoe de organisatie het bekostigingskader benut. In gesprek gaan met zorgkantoor en zorgverzekeraar — en aanhaken bij lopende initiatieven — is een logische eerste stap.
6.5 Kies voor eenvoud van installatie De implementatiedrempel is in de zorgsector structureel te hoog. Systemen die eenvoudig te installeren zijn — binnen 15 minuten, zonder specialistische kennis, zonder boorwerk of bekabeling, alleen wifi — verlagen die drempel aanzienlijk. Voor organisaties die de installatie liever niet zelf verzorgen, biedt samenwerking met gespecialiseerde partners zoals Guidion een praktische oplossing. Voor alarmbeheer en escalatie biedt samenwerking met een medisch servicecentrum zoals Altide structurele ondersteuning. De les: zoek partners die de implementatie eenvoudiger maken, niet ingewikkelder. |
7 touchbase: één geïntegreerde extramurale zorgoplossing |
touchbase is de uitwerking van het Connected Care Model zoals beschreven in dit whitepaper: een volledig passief monitoringplatform dat het drie-lagenmodel in de praktijk brengt, zonder extra belasting voor de cliënt, de mantelzorger of de zorgprofessional.
Dit hoofdstuk beschrijft de oplossing beknopt. Het is geen vervanging voor een demo of een implementatiegesprek, maar een referentie voor bestuurders die willen begrijpen hoe de analytische kaders uit dit whitepaper zich vertalen naar een concrete aanpak.
7.1 Wat touchbase doet
De touchbase-sensor gebruikt 60 GHz mmWave-radartechnologie — volledig passief, zonder camera’s, wearables of drukknoppen. De sensor detecteert 24/7 gedragspatronen en vertaalt die naar bruikbare signalen voor mantelzorgers en zorgprofessionals.
Wat touchbase meet | Wat dat oplevert voor de zorgorganisatie |
Valincidenten (automatisch, passief) | Automatische MIC/VIM-registratie. Directe melding aan zorgteam en mantelzorger. Minder administratiedruk. |
In- en uit-bedmomenten, slaapkwaliteit, nachtritme | Objectieve onderbouwing voor zorgzwaarte. Inzicht in risico’s zoals delier, valgevaar en oververmoeidheid. |
Dwaalgedrag en nachtelijke onrust | Betere ondersteuning cliënten met dementie. Minder fysieke toezichtrondes. |
Activiteitsniveaus en gedragspatronen overdag | Vroegsignalering van achteruitgang. Betere MDO-voorbereiding. Onderbouwing voor herindicatie. |
AI-gedreven anomalie-detectie (medio 2026) | Proactieve zorg in plaats van reactieve zorg. Snellere escalatie bij cliënten met hoog risico. |
7.2 Technische uitgangspunten
• Sensortechnologie: 60 GHz mmWave-radar, gevalideerd in meer dan 100.000 woningen
• Installatie: plug-and-play, 15 minuten, alleen wifi vereist, montage door plakken of schroeven
• Installatiepartner: Guidion voor organisaties die installatie willen uitbesteden
• Alarmering: stepped care via de touchbase-app en medisch servicecentrum Altide (Q2 2026)
• ECD-integratie: Nedap ONS en Guidion (Q3 2026)
• Compliance: GDPR, AI Act, NEN-ISO (in aanvraag), CE-gecertificeerd, geen PIIs, geen camera’s
7.3 De samenwerking met Pieter van Foreest
touchbase is mede ontwikkeld in samenwerking met Pieter van Foreest, een zorgorganisatie actief in de volle breedte van de ouderenzorg. Medewerkers, mantelzorgers en cliënten van Pieter van Foreest hebben actief bijgedragen aan de doorontwikkeling van het systeem.
“In ons Innovatielab testen we nieuwe technologieën samen met zorgmedewerkers. Hun praktijkervaring is cruciaal: technologie moet zorgmedewerkers ondersteunen, niet extra belasten.” — Jitske van den Brink, adviseur leef- en zorgtechnologie en fysiotherapeut, Pieter van Foreest |
Het team achter touchbase — expertise in AI, IoT en zorgtechnologie, gecombineerd met meer dan 35 jaar ervaring in veiligheids- en zorghulpmiddelen.
Conclusie |
De extramuralisering van de zorg is onomkeerbaar. Demografische en economische realiteiten maken thuiszorg tot de dominante zorgvorm van de komende decennia. De vraag is niet of deze verschuiving plaatsvindt, maar hoe zorgorganisaties zich erop voorbereiden.
Dit whitepaper betoogt dat de grootste uitdaging niet de zorgvraag zelf is, maar het ontbreken van een gedeelde informatielaag die alle betrokkenen verbindt. Zonder die laag blijft zorg structureel reactief — en zal de combinatie van stijgende vraag, krimpende personeelscapaciteit en toenemende mantelzorgdruk leiden tot een systeem dat zichzelf niet meer kan dragen.
Het Connected Care Model biedt een alternatief: een drie-lagenstructuur van data, inzicht en zorg die extramurale zorg proactief, verbonden en schaalbaar maakt. De technologische randvoorwaarden voor dit model — passieve sensortechnologie, geïntegreerde platforms, eenvoudige implementatie — zijn voor het eerst beschikbaar in een vorm die grootschalige inzet mogelijk maakt.
Zorgorganisaties die nu investeren in deze infrastructuur, bouwen aan een model dat de komende tien jaar houdbaar is. Organisaties die wachten, lopen het risico dat de kloof tussen vraag en capaciteit onoverbrugbaar wordt.
Kernvragen voor uw organisatie
• Heeft u continu inzicht in de thuissituatie van uw extramurale cliënten — ook buiten de contactmomenten?
• Beschikken uw mantelzorgers over dezelfde informatie als uw professionele zorgverleners?
• Hoe schaalbaar is uw huidige aanpak bij een groeiende extramurale cliëntengroep en krimpende personeelscapaciteit?
• Welke vroege signalen mist u nu — en wat kost dat in termen van escalaties, spoedopnames en verpleeghuis-indicaties?
Wilt u verder praten?touchbase verzorgt oriënterende gesprekken voor zorgorganisaties die nadenken over extramurale zorginfrastructuur. Geen verkooppresentatie, maar een inhoudelijk gesprek over uw situatie en de mogelijkheden. 097 - 010 289 344 — care@touchbase.care — www.touchbase.care/zakelijk |
Korte versie — Executive Read |
Voor bestuurders en beleidsmakers met weinig tijd
De verschuiving is er al. De infrastructuur nog niet.
Ouderen wonen langer thuis — niet omdat het systeem er klaar voor is, maar omdat het geen alternatief heeft. Intramurale capaciteit is onvoldoende. Personeel is schaars. De informele zorgdruk stijgt structureel. Zorg thuis is de enige houdbare route.
Maar thuiszorg zonder informatielaag is niet schaalbaar. Zorgprofessionals zien momentopnames. Mantelzorgers werken op onderbuikgevoel. Vroege signalen blijven onzichtbaar. Escalaties zijn onnodig omdat niemand ze zag aankomen.
Het fundamentele probleem is geen gebrek aan mensen of geld. Het is een gebrek aan gedeeld inzicht.
De meeste zorgorganisaties weten wat er bij een cliënt is gébeurd. Maar wat er nu, vanavond, morgenochtend íóntbreekt aan inzicht. Juist dat inzicht is de sleutel tot proactieve zorg.
Wat een nieuwe infrastructuur vereist
• Volledig passieve werking: geen afhankelijkheid van het gedrag van de cliënt
• Geïntegreerde functies: één systeem voor monitoring, signalering en communicatie
• Extreme implementatie-eenvoud: voor iedereen, direct, zonder specialisten
• Toegang voor alle betrokkenen: professional en mantelzorger met dezelfde informatie
• Stepped care: de juiste persoon, op het juiste moment, met de juiste context
Waarom nu?
De technologische randvoorwaarden zijn voor het eerst aanwezig. Passieve radartechnologie, geïntegreerde platforms en eenvoudige installatie zijn nu beschikbaar in een combinatie die grootschalige inzet mogelijk maakt. De bekostiging via Wlz en Zvw is geregeld. De vraag is niet of uw organisatie deze stap gaat maken. De vraag is wanneer.
touchbase Een geïntegreerde extramurale zorgoplossing die het Connected Care Model in de praktijk brengt.
|
Bronnen en referenties
RIVM (2026). Monitor ouderenzorg: beweging in de samenleving. https://www.rivm.nl/publicaties/monitor-ouderenzorg
Volksgezondheid Toekomstverkenning (2024). VWS / RIVM.
PwC Nederland (2020). Leefstijlmonitoring in de ouderenzorg.
Vilans & Significant (2021). Tijdbesparende technologieën in de ouderenzorg. Eindrapportage april 2021.
CBS (2024). Nederland in cijfers 2024 / Statistische Trends.
CBS / AZW (2025). Arbeidsmarktmonitor Zorg en Welzijn.
VeiligheidNL. Valincidenten ouderen. www.veiligheid.nl
The Lancet Regional Health Europe. Informele zorgdruk richting 2050.
Ministerie van VWS (2022). Programmaplan WOZO (Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen).
VWS / VRO (2025). Voortgangsrapportage wonen en zorg, april 2025.
Bureauvijftig (2025). Deep Dive + Inzichten TouchBase, 16 oktober 2025.
Zorgvoorbeter.nl – Vilans (2026). Leefpatroonmonitoring. www.zorgvoorbeter.nl
Zorgvannu.nl (2024). Langer thuis wonen met leefpatroonmonitoring.
ICT&health (2024). Leefstijlmonitoring bij Alzheimer met sensoren.
touchbase (2026). A3 brochure Waardig Thuis Wonen / Two-Pager 2026.






